Merlijne Marell en ik ontmoeten elkaar ergens halverwege Nederland en België, online. Terwijl ze zich in een donker hoekje heeft gezet om haar baby’tje niet te wekken, vertelt Merlijne met dezelfde rust en verbeelding die haar werk kenmerkt. 

We praten over haar creatieve proces, de plekken waar ze inspiratie vindt en hoe ze haar kunstenaarschap probeert te verweven met het moederschap.

Interview and images by ...

 

Wat trekt je precies aan in nachtvlinders en andere kleine, vaak onzichtbare insecten?

Het is zo: bij insecten in het algemeen, waar nachtvlinders ook toe behoren, vind ik het verwonderlijk hoe er in zoiets kleins zoveel schoonheid zit. De vleugeltjes, voelsprietjes, pootjes… als je helemaal inzoomt zie je zoveel variatie en schoonheid. En ook het 'materiaalgevoel': het blinkende schildje van een kevertje, of een vlindervleugel die heel mat is. Die voelt bijna als tastbaar textiel met allemaal verschillende motiefjes. 

Nachtvlinders hebben daarnaast nog iets extra: ze leven in het donker. Het lijkt een verborgen wereld, maar er is net daar zoveel schoonheid te ontdekken.

Wanneer merkte je dat deze wereld van vleugels, planten en insecten écht een rode draad werd in je werk?

Oei, even terugdenken. Toen ik studeerde heb ik al meerdere dingen met kevers gedaan. Maar ja als kind was ik natuurlijk ook al bezig met diertjes bestuderen. Die fascinatie is er altijd geweest. Je kijkt dan ook met andere ogen naar de wereld. 

Zijn er bepaalde betekenissen die je zelf koppelt aan je tekeningen, of ontstaan ze eerder intuïtief?

Niet zo heel erg één-op-één. Natuurlijk werk ik als illustrator, dus soms wil je wel een bepaald verhaal vertellen. Maar ik vind het ook fijn als mensen de vrijheid hebben om zelf te ontdekken. Ik wil geen verhaal opdringen. 

Ik wil dat mijn werk een soort poëzie heeft, een hint geeft, zodat mensen zelf betekenis kunnen zoeken.

 


Hoe is je liefde voor linosnede ontstaan? Was er een moment waarop je wist: dit is mijn medium?

Ik denk ook tijdens mijn studie, toen ik het voor het eerst professioneel of (semi-)professioneel gebruikte. Gaandeweg ontdekte ik dat het goed bij mij past, omdat ik meer in vlakken denk dan in lijnen. Ik zal minder snel een potloodtekening maken, potlood is een lijn-medium. Dat gebruik ik enkel om te schetsen.

Lino is meer denken vanuit vlakken en kleuren. Dat ligt mij wel. 

En ik vind het mooi dat je gedwongen wordt om te abstraheren. Je kan niet elk detail of elke schaduw uitwerken, want het is zwart of wit. En dan het vertalen naar hoe ik dat met een guts uitsnij. Dat spel van zwart-wit-denken vind ik fijn.

Ik ben ook perfectionistisch, en dit medium is een soort omweg: je werkt niet direct op papier. Pas bij het afdrukken zie je het eindresultaat. Bij tekenen of schilderen zie je meteen wat je doet, en dan zou ik misschien beginnen gladpoetsen. Nu word ik pas bij het afdrukken echt geconfronteerd met het resultaat. En dan natuurlijk kan ik dan nog wel dingetjes aanpassen. Maar het is een soort omweg waardoor ik beter zie of iets werkt.

Ik zag op je site dat je bezig bent met borduren. Hoe vind je de vertaling van je illustraties naar textiel en uiteindelijk naar breigoed?

Borduren was eerst gewoon een hobby. Maar ja, ik ben vormgever, dus het duurde niet lang voordat ik toch mijn eigen ontwerpen borduurde. Ook al is het een heel ander medium, werk ik eigenlijk gelijkaardig: ik vertrek vanuit een schets en basisvormen, en het materiaal bepaalt hoe het wordt uitgewerkt. 

Dat is bij borduren zo, en dat was ook even zoeken in de samenwerking met Wolvis, omdat dat deel net door Wolvis werd gedaan. Normaal ben ik gewend veel direct contact met het materiaal te hebben en van daaruit te werken. Nu lag het materiaal en expertise bij jullie. Waardoor ik niet goed wist hoe ik mijn ontwerp moest maken en of het één-op-één vertaald zou worden, of dat jullie er een slag aan zouden geven. 

Het was wat zoeken. Ik heb in het begin heel veel verschillende technieken uitgeprobeerd. Uiteindelijk ben ik bij lino-snede uitgekomen, waar de afdruk normaal het eindresultaat is. ik vind het fascinerend dat het als breigoed er helemaal anders uitziet. Het is heel leuk dat Wolvis een soort vertaling heeft gemaakt naar een andere taal. Het voelt in die zin niet meer als mijn werk, maar echt als een samensmelting van twee werelden. 

Wat vind je van de vertaling? Zou je het anders hebben gedaan?

Ik zou het zeker anders hebben gedaan, maar dat wil niet zeggen dat ik het niet goed vind. Ik heb natuurlijk niet de ervaring van machinaal breien of het mode-gedeelte.

Ik zou me volledig door mezelf hebben laten leiden. Sommige kleurencombinaties zou ik bijvoorbeeld niet hebben gedaan, maar net dat vind ik cool om te zien. Griet en de rest van het team hebben natuurlijk ook een andere blik. Ik zou misschien andere vormen of details uitgekozen hebben, maar ik vind het ook leuk dat dat stuk dan weer bij jullie lag. 

Was dat moeilijk om dat los te laten? Want het is toch wel iets van jou dat je dan aan iemand anders geeft.

Ja, ik vond het moeilijk, vooral omdat ik niet goed wist hoe we het precies gingen aanpakken. We hadden niet duidelijk afgesproken wie wat juist zou doen. Dus ik was wat afwachtend. Wel met vertrouwen, want Wolvis maakt gewoon heel mooie dingen.

Vanuit mijn eigen praktijk ben ik gewend alles voortdurend zelf in handen te hebben. Dingen als kleur en materiaal zijn heel belangrijk voor mij, dus ik dacht wel: Oh, daar wil ik ook bij zijn. Maar het was tegelijk positief spannend dat jullie dat deel opnamen.

Hoe is de samenwerking met Wolvis onstaan?

Ik weet het niet meer precies. Ik ben ooit bij Griet geweest omdat een vriendin van mij, Charlotte Peys, een samenwerking had. Toen hebben wij kennis gemaakt. En ik denk dat we elkaar zo zijn blijven volgen. Sindsdien heb ik meerdere Wolvissen. Ik denk dat zij mijn werk ook is blijven volgen. Ze vroeg een keertje of ik interesse in een samenwerking zou hebben, dat leek me meteen superleuk.



Welke drie woorden zou je gebruiken om je eigen praktijk te beschrijven?

Oei… Ambachtelijk. Fabelachtig. En dan twijfel ik tussen tactiel of kleurminnend. 

Zie je jezelf in eerste plaats als een illustrator, een kunstenaar, een grafisch vormgever of een verhalenverteller?

Ja, dat weet ik nooit. Ik denk als een vormgever van werelden. En het materiaal is telkens anders. Dat kan met woorden zijn, met allerlei druktechnieken, met textiel, in opdracht of zelf geïniteerd. 

Wat vind je zelf het fijnste deel van je werkproces? Het zoeken, het tekenen of het drukken? 

Het begin vind ik het fijnste. Dat moment waarop je in je hoofd rond kan laten gaan wat je gaat doen, maar nog helemaal niet weet hoe het zich zal ontwikkelen.

Dat dagdromen en fantaseren vind ik heerlijk, omdat alles nog kan.

Dan volgt vaak een moeilijke fase: zoeken en niet weten hoe je iets moet uitwerken. Daarna het technische stuk, dat vind ik ook leuk. Dan weet ik: met deze techniek ga ik het doen. Dat blijft zoeken qua kleur en compositie, maar dan kan ik opgaan in het ambacht.

 


Hoe vind je de balans tussen je werk en je persoonlijk leven?

Dat is dus nu even een groot vraagstuk. Omdat dat net helemaal veranderd is. Sinds de komst van ons kindje is er nog geen balans. 

Ik denk dat het altijd al verstrengeld is geweest. Inspiratie houdt niet op als de deur achter je dicht valt. En stress ook niet. Dat neem je altijd mee. Ik vind het ook fijn om een nieuw project bij me te hebben. 

Ik heb wel een atelier buiten huis, dus in die zin probeer ik het wel een beetje te scheiden. Maar nu staat alles even op zijn kop.

Doorheen ons gesprek heb ik het gevoel dat je wel bezig bent met traagheid en de herhaling van handelingen. Welke rol speelt dat in jouw werk?

Ik hou enorm van met mijn handen werken en niet achter een scherm te zitten. En ik denk dat ik daarmee rust inbouw die ik eigenlijk niet altijd voel. Soms baal ik wel dat het zo langzaam gaat, maar het borduren of drukken dwingt me om traag te werken. 

Het is een soort gekke contradictie. Ik heb eens geprobeerd tegen de klok te borduren, dat werkt echt niet. Op die manier bouw ik tijd in. En ook tijd om… ja, ik weet niet of het denken is. Reflecteren, dingen laten bezinken. Het heeft iets meditatiefs.

Om af te sluiten... Heb je bepaalde ambities of dromen die nog niet zichtbaar zijn in je huidige praktijk?

Ik zou graag een heel groot wandtapijt maken, in een combinatie van weven en borduren. Het liefst in opdracht van een openbare instelling, zodat het in de publieke ruimte kan hangen. 

En ik heb eerder een boek gemaakt dat ik zelf heb geschreven. Ik werk aan een soort tweede deel. Dat wordt opnieuw een boek, maar ik wil die wereld ook ruimtelijk maken. Dus dat je daar echt in kan. Een soort multimediale installatie: ruimtelijk werk, prints op de muur, misschien ook iets van audio of projecties erbij.